Jut en jul
Pepertjes: je kent ze vast wel uit zo’n zielig klein zakje waarmee ze met z’n tweeën in de supermarkt hangen. Voor ware liefhebbers is dat het equivalent van pesto uit een potje, of prosecco uit een blikje, of voorgebakken pannenkoeken of... Nou ja, je snapt ‘m wel. Niet the real thing. Er bestaan honderden soorten pepers. Behalve die Spaanse supermarktpeper ken je vast wel de Madame Jeanette (heet!), de rawit (uit de Thaise keuken) en de chipotl, de jalapeño, de tabasco of de poblano (uit Mexico). Maar heb je ooit gehoord van de Hot Portugal of de Black Hungarian? Of de Scotch Bonnet, die godsgruwelijk heet is? Heel veel van die pepers zul je alleen in het buitenland tegenkomen (tenzij je ze zelf gaat kweken), maar wie z’n peperhorizon wil verbreden, komt ook hier een heel eind. Op de biologische markt, in toko’s of Aziatische supermarkten en bij de Marokkaanse of Turkse supermarkten vind je vaak allerlei verse en ingemaakte soorten. Aan de slag ermee en bouw het langzaam op.
Onthoud dat je voor je ermee gaat koken eerst even aan een peper likt of een piepklein stukje proeft om te merken hoe heet ie is. En: het heetste van de peper zit niet aan de buitenkant en ook niet de in zaadjes, maar het (vaak witte) stukje dat we de zaadlijsten noemen. Sta je toch in brand: blus niet met alcohol of frisdrank, maar met een slok melk of yoghurt. Een kleine waarschuwing: pepers zijn verslavend. Wie hooked raakt, wil steeds meer en steeds scherper. We kennen inmiddels mensen die Mme Jeanette-sambal als sandwichspread op een broodje smeren. Dat heeft dan ook weer goede kanten, want het eten van pepers versnelt je stofwisseling. En pepers bevatten volop vitamine C. Laat de winter maar komen.
Pssss!
Er bestaat zelfs een Spaanse peper-hyve. En er is sinds kort een Nederlands peperforum (www.chillipepers.nl), compleet met zadenuitwisseldienst. Voor al uw hete vragen.



