Basisschool: sla
Hoera! Nog even en het slaseizoen begint weer. Verse groene blaadjes, volle, ronde kroppen – je hoeft er beslist geen ouwe bok of jong konijn voor te zijn om dat op waarde te schatten. Omdat het sla-aanbod zo overweldigend uitgebreid is, gaan we van start met de sla die je níet moet hebben.
IJsbergsla – in de jaren tachtig vonden we het een vondst. En kon je ons er (bijna letterlijk) dood mee gooien. Maar net als de muziek van Spandau Ballet, de pasta met Boursin en de truien-met-schoudervulling zijn we dat smaakloze stadium geheel ontgroeid.
Sla-in-zakjes – leek een decennium later een topuitvinding. Inmiddels zijn we niet langer te lui om onze eigen sla te wassen en te snijden én weten waarmee die sla behandeld is om bederf tegen te gaan.
Hollandse kropsla – de evergreen onder de sla. We vinden hem verrukkelijk met een simpele vinaigrette, maar eten ‘m ook graag aangekleed. Met een onsje zelfgepelde, Hollandse garnalen en een lik Belze Majoneis of met een paar zachtgekookte scharreleitjes of allebei. Worden we domweg gelukkig van.
Rucola – klinkt reuze-Italiaans, maar wij kennen de blaadjes al eeuwenlang als raketsla of mosterdkruid.
Little gem – knapperige, kleine babykropjes. Probeer ze eens te grillen: halveren, bestrijken met een beetje olijfolie en hop! op de grillpan. Lekker met blue-cheese dressing en gegrilde paprika.
Bindsla of Romeinse sla – nooit van gehoord? Waarschijnlijk heb je deze slasoort al tig keer gegeten in je Caesar salad. Is groot, heeft stevig, knapperig blad en vormt een langwerpige krop.
Molsla of pissenlit – zie je heel soms op een restaurantkaart of bij een groentejuwelier, maar omdat dit eigenlijk gewoon paardenbloemblaadjes zijn, kom je er makkelijker aan door ze zelf te plukken. Heerlijk! Pluk ze wel voordat de paardenbloemen bloeien en bij voorkeur op een plek waar paarden/koeien/hondjes er niet overheen gepiesd kunnen hebben. En maak dan de Franse klassieker pissenlit au lardons, paardenbloemblaadjes met mosterddressing en spekjes.
Eikenbladsla – Omdat die prachtige bruin-groene kroppen zo veel smaak van zichzelf hebben, doen we daar graag iets stevigs bij. Walnoten en blauwe kaas. Mosterddressing. Wasabi-mayonaise. Hoewel niet comme-il-faut maken we er graag onze Salade Niçoise mee.
Lollo rosso/lollo bionda – doet ons altijd erg denken aan het kapsel van Geert Wilders. Maar we willen deze slasoort beslist niet demoniseren, dus: heel erg lekker met knoflookcroutons en uitgebakken spekjes. Omdat ie lekker stevig blijft en een beetje bittere bite heeft.
TIP Hoe verser, hoe lekkerder geldt voor alles, maar vooral voor sla. Probeer eens aan een krop te komen die nét uit de grond is getrokken (Uit je eigen tuin? Bij een volkstuincomplex?) En was, droog en snijd de sla vlak voor je ‘m gaat eten.



