Ik lust je rauw
Honderdvijftig soorten tomaten beschrijft kweker/schrijver Peter Bauwens in zijn boek Tomaten, pepers en aubergines – klein, ovaal, geblokt, peervormig, gestreept, oranje, geel, rood, groen, zwart, roze en zelfs wit, met namen als Southern Night (inderdaad: zwart) en Taxi (geel). Sommige zijn zoet, andere heerlijk rins. De kleinste zijn formaat knikker, de grootste wegen meer dan 1 kilo per vrucht en ze worden van Siberië tot New Mexico geteeld.
Nederlanders zijn kampioenen in het telen van tomaten en er worden hier ontzettend lekkere tomaten geteeld in meer kleuren, geuren en smaken dan je had durven dromen. Alleen... gaan de meeste daarvan rechtstreeks naar het buitenland. En moeten wij het doen met een schriel assortiment dat zich vooral onderscheidt in formaat. Daar gaan we nu even niet over zeuren: als ze lekker zijn, zijn we er blij mee.
En wat we dan maken met onze rode, rijpe, uiterst smaakvolle tomaten? De lekkerste tomaten eten wij rauw. In een salade, op een broodje (met buffelmozzarella, basilicum én fijngehakte Spaanse peper) of door de gazpacho. Een prima tomatensalade is wat ons betreft de panzanella: een Toscaanse salade op basis van oud (wit)brood, tomaat en paprika. Grill 1 rode en 1 gele paprika en snij in stukken, hak 500 gram tomaten grof (sap en zaadjes op de snijplank laten liggen), scheur een half ciabatta* in stukken (even groot als de parten tomaat) en meng alles. (* als je geen oud brood hebt: even roosteren).
Deze basis kun je nu gaan aankleden met ansjovis, kappertjes, ragfijne ringen rode ui en verse kruiden. Basilicum ligt voor de hand, maar wij vinden het minstens zo lekker om grof gehakte peterselie en selderij erdoor te doen. Maak nu een dressing van olijfolie, 1 fijngeknepen teen knoflook en rode wijnazijn. Wees niet te zuinig. Het oude brood zal de dressing en het sap van de tomaten helemaal in zich opnemen. Grof zeezout erbij en grof gemalen peper en klaar ben je.

