Kromme kommer
Twee jaar geleden was het (komkommertijd) bijna voorpaginanieuws: kromme komkommers, bultige paprika’s en andere ‘misvormde’ groente mogen weer de winkel in. Vóór die tijd golden er namelijk strenge EU-regels over vorm en afmeting van een heel scala aan groente- en fruit. Van de EU tot onze eigen minister Verburg was een ieder het er over eens: uiterlijk zegt niets over kwaliteit en vanzelfsprekend valt het niet te rijmen in deze tijden van verduurzaming en vergroening dat zo’n twintig procent van de oogst direct wordt weggeknikkerd omdat er een bult of een bocht in zit.
Inmiddels al een kromme komkommer in de supermarkt zien liggen? Nope. En waarom niet? Omdat supermarkten wél halsstarrig vasthouden aan een perfect uiterlijk. Kromme komkommers, rechte bananen, bobbelige paprika’s: ze komen er niet in, meldt leverancier The Greenery trots; de eisen die de supermarkt stelt zijn veel hoger dan die van de EU.
Voor een kromme komkommer moet je dus naar de boerenmarkt, de natuurwinkel of de teler zelf. Vaak betaal je er meer voor dan voor zo’n kaarsrechte, twee-kwartjes-het-stuk jongen van de super, maar als er één soort groente is waarbij je het verschil tussen biologisch en regulier duidelijk proeft, dan is het komkommer. De smaak en de knapperigheid spatten er vanaf bij een in de grond geteelde biologische komkommer en als het aan ons ligt, verdient dát een schoonheidsprijs.
Komkommers zijn behoorlijk arbeidsintensief en lastig om op biologische wijze te telen; maar weinig telers wagen zich eraan. Die paar dapperen die het doen krijgen vaak ook nog weinig voor hun prachtkomkommers (al zou je dat niet denken als je ziet wat ze in de winkel kosten). Wat je dan doet als slimme komkommerliefhebber? De boer op! Zelf halen bij de teler of zelf telen in je tuin. En: niet met je portemonnee denken als je komkommers voor bodemprijzen in de winkel ziet liggen. Want dan kun je over een tijdje misschien nergens meer een kromme komkommer kopen.



