Boerenkool met temperament
Cavolo nero (of zwarte kool of palmkool), de koolsoort die zo vaak gebruikt wordt in de Toscaanse keuken, duikt gelukkig steeds vaker op bij Nederlandse groenteboeren. Nu kunnen we eindelijk onze ribollita maken zoals ie hoort. En draaien we onze hand niet om voor polenta con cavolo nero. Dat is minstens zo stevig als aardappels met boerenkool, maar nét iets frivoler en feestelijker.
Cavolo nero heeft langwerpige, slanke bladen die naarmate ze groter worden sierlijk gaan hangen. Vandaar die naam palmkool. De smaak is stevig en koolachtig, met een klein bittertje. Doordat het blad zachter is dan bij de meeste koolsoorten durven we met cavolo nero lekker te experimenteren. We roerbakken het soms met wat knoflook en pepertjes. We maken er tapenade van (met zeezout, kappertjes en eventueel een beetje fijngehakt zeewier) en serveren die bij gegrilde vis. We smoren het graag bij wild. En we maken er soms lasagna mee (met geitenkaas) die smeekt om een stevige Italiaanse wijn.
Minder heftig, maar wel heel verrassend: risotto met cavolo nero en geroosterde pompoenpitten. Maak risotto volgens je eigen beproefde recept. Blancheer de bladeren van de cavolo (snij eventueel eerst de nerf eruit) en hak ze fijn. Voeg de laatste 10 minuten aan de risotto toe. Rooster de pompoenpitten (die koop je bij de natuurvoedingswinkel) en bestrooi je risotto ermee. Op smaak brengen met peper en zout en nooit meer zeggen dat wintergroenten saai zijn.
PS: ZTRDG haalt z’n cavolo nero op de boerenmarkt of vraagt er om bij de groenteboer of bij Held Han de Kroon.



